Stotteren/ Broddelen

Stotteren
Wereldwijd zijn er zo'n 60 miljoen personen die stotteren. In heel Europa hebben  er 3.740.000 mensen last van stotteren. In Nederland zijn dit circa 170.000 mensen.

Stotteren wordt omschreven als "een spraakstoornis die gekenmerkt wordt door veel voorkomende herhalingen of verlengingen van klanken/ lettergrepen/ woorden of door veel voorkomende aarzelingen of pauzes wat de vloeiendheid van de spraak duidelijk verstoort".  Er is een probleem in de aansturing van spieren. Echter zal iemand die stottert niet van mening zijn dat dit deze omschrijving een goed beeld van stotteren is. Stotteren is meer dan dat wat een ander hoort.  Elke stotteraar heeft zijn eigen vorm en manier van stotteren.
Naast de verschillende stotters: blokkades, herhalingen en verleningen kunnen er ook onderliggende problemen aanwezig zijn. Naast het stotteren bestaat er het zogenoemde secundair stottergedrag. Dit deel is voor de buitenwereld niet altijd zichtbaar, maar kan een belangrijkere plaats innemen dan het openlijk stotteren. Voorbeelden van secundair stottergedrag: het vermijden van moeilijke woorden, de spreekangst, schaamte en (zichtbare) bewegingen in het gezicht of elders in het lichaam. Deze gedragingen kunnen weer van invloed zijn op het stotteren zelf. Om deze visuele cirkel te doorbreken kan therapie zeer raadzaam zijn.
sinas
Veel kinderen maken een periode van niet-vloeiendheid door gedurende hun ontwikkeling. Hierbij kunnen tevens stotters naar voren komen. Duurt deze periode erg lang of maakt u zich als ouder zorgen over de spraak van uw kind, is dat altijd reden om contact op te nemen met ons.

Wat doet de logopedist
De logopedist zal een onderzoek doen naar het stotteren. Nagegaan wordt hoe het stotteren zich heeft ontwikkeld en in welke fase het stotteren is. Tevens worden secundaire problemen zo zorgvuldig mogelijk in kaart gebracht. Naar aanleiding van het onderzoek zal de logopedist in samenspraak met de cliënt of ouders een plan van aanpak opstellen. Hierbij worden de verwachtingen en mogelijkheden zo goed mogelijk in kaart gebracht.

Broddelen
Broddelen is een stoornis in het spreken waardoor diegene slecht verstaanbaar is. Het spreektempo is vaak erg hoog of onregelmatig. Vaak treedt ‘telescopie’ op: klanken worden weggelaten of in elkaar geschoven (bijvoorbeeld ‘tevisie’ in plaats van ‘televisie’, ‘veniging’ in plaats van ‘vereniging’). Ook worden klanken verplaatst of omgedraaid of worden delen van woorden herhaald. Deze symptomen noemen we motorisch broddelen. Ook kan er sprake zijn van moeilijk formuleren (ook schriftelijk), vreemde zinsstructuren en woordvindingsmoeilijkheden met veel stopwoordjes: linguïstisch broddelen.

Signalen van mogelijk broddelen:

  • hoog spreektempo;
  • niet alle lettergrepen uitspreken van langere woorden (telescopie);
  • overslaan van kleine woordjes;
  • het maken van grammaticale fouten bij snel spreken of schrijven; terwijl deze niet worden gemaakt bij het rustig spreken of schrijven;
  • het vastlopen in de leesontwikkeling door radend lezen, door veel fouten te maken bij het lezen in een hoog tempo en door letterspiegeling van /b/ en /d/;
  • meer fouten dan op basis van de intelligentie van het kind verwacht mag worden bij begrijpend lezen.

Met broddelen word je geboren. Broddelen is moeilijk vast te stellen bij kinderen onder de 8 jaar gezien het lage spreektempo van jonge kinderen. Ook zijn fouten in verhaal- en zinsstructuren bij broddelende kinderen moeilijk te onderscheiden van fouten van kinderen met taalontwikkelingsstoornissen. Met 8 jaar is de taalontwikkeling voor een groot deel afgerond. 

I
n de puberteit komt geleidelijk het besef van anders spreken. Ze krijgen opmerkingen van anderen als: ‘wat zeg je?’. Uit deze opmerkingen begrijpt de broddelaar wel dat hij iets fout doet, maar hij weet niet wat hij fout doet. Hierdoor kan hij zich niet verbeteren en onzeker worden over zijn spreekpresentaties. Op basis van deze onzekerheid kan de broddelende spreker stotterverschijnselen gaan vertonen.

Wat doet de logopedist:
Na uitgebreide diagnostiek zal de behandeling zich richten op die aspecten van het broddelen die de communicatie nadelig beïnvloeden. Bij (jong)volwassenen richt de behandeling zich vooral op:

  • bewustwording van de eigen spraak;
  • uitspraaktraining, gericht op verstaanbaarheid, uitspraak van lettergrepen;
  • training in correct formuleren;
  • intonatietraining, stemmelodie;
  • vertragen van de spreeksnelheid;
  • trainen van een natuurlijk ritme en accenten;
  • vergroten van de oproepsnelheid van de woordenschat;
  • vergroten van de concentratie en de aandachtsspanne.


Combinatie stotteren/ broddelen
Een combinatie van stotteren/ broddelen is zeker mogelijk. Meer dan de helft van de stotteraars hebben ook een broddelprobleem. 

Wist je dat Aristoteles, Isaac Newton, Elvis Presley, Marilyn Monroe,  Charles Darwin en Koning George VI ook hebben gestotterd?



 
footer